Over de angst om gezien te worden en wat er gebeurt als je het toch doet.
Ik wist lang niet waarom ik het zo moeilijk vond. Zichtbaar zijn. Mijn waarheid laten klinken. Iets delen dat echt van mij was rauw, ongegrond, zonder uitleg erbij.
Ik deed het wel. Maar net niet helemaal.
Ik maakte het iets ronder. Iets braver. Ik legde uit waar uitleggen niet nodig was. Ik verzachtte wat scherp mocht zijn. Ik hield iets achter niet bewust, maar voelbaar alsof er altijd een filter zat tussen wat ik voelde en wat ik liet zien.
Zo heb ik ergens altijd gevoeld dat ik iets te doen had met mijn verhalen in relatie tot werk. En kon nooit helemaal voelen wat dat was.
Ik voelde wel dát het er was. Ik wist dat het de kern was van alles wat ik deed. Maar ik durfde niet.
De angst had een naam. Niet een abstracte angst voor afwijzing of kritiek. Maar een hele concrete angst.
Bang voor de reactie van mijn ouders. Specifiek van mijn moeder.
Want ik had geleerd door jarenlange ervaring, door mijn lichaam, door alles wat ik had gezien en gevoeld, dat zij afstand kon nemen op het moment dat iets haar niet zinde.
Zichtbaar zijn in mijn waarheid was een bedreiging. Niet voor de wereld. Maar voor haar. En als zij zich terugtrok, verloor ik haar.
Ik heb een diepe therapeutische ademsessie gedaan op die angst en wat naar boven kwam verraste me.
Het was geen eigen angst die ik droeg. Het was woede. De woede van mijn moeder richting haar eigen moeder. Over de doofpot, het gesus, het kleineren, de buitenwereld die belangrijker was dan de binnenwereld vanwege schaamte. Die woede had nergens heen gekund. Had zich vastgezet. En was zonder dat iemand dat had bedoeld bij mij terechtgekomen.
Ik droeg haar woede als mijn eigen angst.
Dat inzicht veranderde niet meteen iets maar het gaf me wel iets terug.
De angst was niet van mij. Ze was doorgegeven, net als zoveel andere dingen die van generatie op generatie meereizen zonder naam, zonder adres, zonder dat iemand weet waar ze vandaan komen.
En als iets niet van jou is, hoef je het niet te blijven dragen.
Ik ben vorig jaar begonnen om het toch te doen. Mijn verhaal te vertellen. Mijn verleden te verbinden aan mijn werk. Mezelf te laten zien zoals ik werkelijk ben. niet de gladde versie, niet de bravere versie, maar de echte.
En de angst is er nog steeds. Een stuk minder, want ik schrijf, zoals je kunt lezen. Maar er is nog steeds een deel van mij dat zegt: wat als ze …
Maar de angst is niet langer de baas.
Wat er daarna gebeurde was precies wat ik had gevreesd. Ze ontvolgte me. Schreef zich uit op mijn maillijst. Schoot in de passieve houding toen ik aangaf even geen ruimte te hebben voor een etentje.
De angst werd werkelijkheid. En toch.
Toch stond ik er nog.
Toch was ik er nog, mijn werk, mijn stem, mijn waarheid. Intact. Misschien wel meer van mezelf dan ooit.
Want wat ik ontdekte is dit: de verbinding die ik verloor door zichtbaar te zijn, was nooit een veilige verbinding geweest. Het was een verbinding die afhankelijk was van mijn aanpassing. Van mijn stilte. Van mijn bereidheid om mezelf klein te houden.
Dat is geen verbinding. Dat is een voorwaarde.
Zichtbaar zijn in je waarheid is niet voor iedereen veilig om te ontvangen. Sommige mensen kunnen het niet verdragen als jij groter wordt dan het beeld dat zij van je hebben. Als jij ruimte inneemt die zij altijd hebben ingenomen. Als jij iets laat zien dat hun eigen ongedragen pijn weerspiegelt.
Dat zegt niets over jouw waarheid. Het zegt alles over hun pijn. Ik leer het nog steeds.
Elke keer dat ik iets deel en even wacht op wat er gebeurt. Elke keer dat ik een zin schrijf die rauw is en hem toch laat staan. Elke keer dat ik voel: dit is te veel en het toch doe.
Het wordt makkelijker. Niet omdat de angst weg is. Maar omdat ik weet wat er aan de andere kant wacht. Mezelf. Nog steeds met respect voor de ander, maar niet meer in aanpassing van mezelf.
Als jij ook weet hoe het is om jezelf net iets kleiner te maken dan je bent. Om rond te maken wat rauw mag zijn. Om te wachten tot het veilig genoeg is om echt zichtbaar te zijn en dat moment nooit helemaal te voelen komen.
Dan is The Inner Compass misschien een eerste stap. Geen podium. Geen verwachting om iets te laten zien.
Alleen drie audio’s waarin je leert luisteren naar wat er in jou beweegt voorbij de filter, voorbij de angst, voorbij het verhaal van wat veilig is.
Zichtbaar worden begint niet naar buiten. Het begint bij jezelf horen.