Over stoppen met wachten en de stille daad van jezelf vasthouden.
Er is een wachten dat je niet eens doorhebt. Het zit niet in bewust uitkijken naar iets. Het zit in die kleine opening die je laat na een moeilijke sessie bij de therapeut, na een zware herinnering die boven is gekomen, na een dag waarop je iets hebt doorleefd dat groot was.
Een opening voor de vraag die niet komt. Hoe gaat het met je? Hoe was het?
Ik wachtte daar lang op. Zonder het zo te noemen. Zonder te weten dat ik wachtte. En dan is er die andere zin. Die ik ook nooit heb gekregen.
Het was ook moeilijk voor jou vroeger. Daar had ik beter op kunnen letten.
Ik heb die zin zo vaak in mijn hoofd gehoord. Zo vaak gefantaseerd hoe het zou voelen om haar te horen zeggen. Of misschien niet eens zeggen maar laten merken. Op welke manier dan ook.
Ze is nooit gekomen.
Erkenning die niet komt, houd je klein. Niet omdat je zwak bent. Maar omdat je blijft staan op de plek van het kind dat wacht. Dat wacht tot het gezien wordt. Dat wacht tot iemand zegt: jouw pijn was echt. Jij telde. Ik had er voor je moeten zijn.
En zolang je wacht, leef je in relatie tot die afwezigheid. Je leven beweegt rondom een leegte die nooit wordt gevuld.
Op een gegeven moment stopte ik met wachten. Niet als grote beslissing. Niet als moment van helderheid waarop alles op zijn plek viel. Het was stiller dan dat. Geleidelijker.
Ik merkte dat ik na een intense sessie, na een zware herinnering, na een dag waarop iets groots was bewogen mezelf begon vast te houden. Niet wachten op de vraag. Niet de telefoon pakken in de hoop op erkenning. Niet naar mijn partner zodat hij het kon opvangen.
Maar bij mezelf blijven. Mijn eigen aanwezigheid bieden aan wat er net was gebeurd. Een hand op mijn hart. Stilte. Soms tranen. Soms alleen maar ademen.
Dat voelde uiteindelijk veiliger. Dat klinkt misschien eenvoudig maar dat was het niet.
Want jezelf vasthouden betekent ook: accepteren dat de erkenning van buiten niet komt. Dat de vraag niet wordt gesteld. Dat de zin die je zo lang hebt gewacht nooit wordt uitgesproken.
Dat is een rouw op zichzelf. Niet om wat er is gebeurd maar om wat er nooit is geweest. En nooit zal zijn.
Maar ik ontdekte ook iets anders. Iets wat ik niet had verwacht.
Op het moment dat ik ophield te wachten, op het moment dat ik mezelf begon te geven wat ik altijd van de ander verwachtte, verschoof er iets in mij.
Niet spectaculair. Niet in één keer. Maar langzaam begon ik te merken dat ik minder leeg was na moeilijke momenten. Dat ik minder afhankelijk was van of iemand vroeg hoe het ging. Dat ik mezelf kon dragen op een manier die nieuw voelde, niet sterk in de oude zin, niet doorbijten en doorgaan, maar echt gedragen.
Door mezelf. Dat is wat ik nu weet.
De erkenning die je zoekt van buiten, de vraag, de zin, het moment van echt gezien worden door iemand die er altijd al had moeten zijn, die kun je jezelf geven.
Niet als vervanging. Niet omdat het hetzelfde is maar omdat jij de enige bent die altijd aanwezig is bij alles wat jij doormaakt.
Jij was erbij. Jij weet wat het was. Jij kunt het laten bestaan.
Dat is niet niets. Dat is misschien wel alles. Dat is de meest gezonde beweging, in heling. De beweging naar jezelf, onafhankelijk van de ander.
Als jij ook weet hoe het is om te wachten op een vraag die niet komt. Op erkenning die uitblijft. Op het moment dat iemand eindelijk ziet wat het heeft gekost.
En als je voelt dat je klaar bent om te stoppen met wachten maar nog niet helemaal weet hoe dan is Rooted Presence misschien iets voor jou.
Een online ceremonie waarin je lichaam mag ervaren hoe het is om gedragen te worden. Niet door de ander. Maar door aanwezigheid zelf.
Zodat je niet langer hoeft te wachten op wat van buiten moet komen maar kunt beginnen te ontvangen wat er al in jou aanwezig is.