Je hebt al zoveel gedaan. Therapie, boeken, jaren van naar binnen keren om te snappen waarom je reageert zoals je reageert. Het gaat goed op papier, en onderweg heb je jezelf leren kennen op manieren waar je trots op bent. Je dacht dat je, ergens, op een gegeven moment, klaar zou zijn. Tot je lichaam met iets nieuws komt, iets wat niet past in het rijtje dat je al had uitgezocht. En de eerste gedachte is niet opluchting. Het is: moet dit er ook nog bij?
Ik zat bij de gynaecoloog voor een periodiek onderzoek.
Het was de eerste keer sinds ik in Spanje woon, dus ze nam er de tijd voor. Ze vroeg uitvoerig door: hoe mijn cyclus zich de afgelopen jaren had ontwikkeld, wat ik voelde gedurende de maand, hoe ik erdoorheen bewoog, wat ik deed en wat ik liet.
Ik vertelde over de bloedingen die heviger waren geworden, de stemmingswisselingen die feller kwamen dan ik van mezelf gewend was, de cyclus die korter was gaan lopen zonder dat ik er iets voor had gedaan. Daarna de echo. Ik lag op dat moment midden in mijn ovulatie, keek naar het scherm terwijl zij telde.
Minder follikels dan ze had verwacht. Ze legde dat naast alles wat ik net had beschreven, en zei het toen gewoon, zonder omhaal: de perimenopauze is begonnen.
Achtendertig. Vroeg, dacht ik meteen. Maar in tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, was ik niet geschrokken. Ik was verrast.
Eindelijk kon ik plaatsen waar ik al een tijd last van had, een naam zetten op wat tot dan toe rondzweefde als vaag onbehagen. En daar vlak achteraankwam een tweede gedachte, minder welkom: moet ik nou nóg meer innerlijk werk gaan doen?
Alsof er een nieuwe opgave bijkwam, boven op alles wat ik al had uitgezocht en doorgewerkt.
Maar dat is niet wat het vraagt. Het nodigt uit om te gaan belichamen wat er allang lag, zonder dat er nog een laag bij hoeft. Want ik kreeg minder ruimte, en ruimte die schaars wordt, maakt je niet kleiner. Ze maakt je kritisch. Niet gesloten. Kritisch.
Misschien herken jij dat gevoel ook.
Het bericht dat weer iets van je vraagt, terwijl je al zoveel hebt gedaan. Alsof groeien nooit klaar is, alsof er altijd nog een laag onder de vorige laag ligt te wachten.
Wat er verschoof, gebeurde niet in de spreekkamer. Het kwam pas de weken erna, thuis, in gewone dagen die er hetzelfde uitzagen als altijd. Ik merkte dat ik minder tijd en minder geduld had om overal doorheen te bewegen zoals ik gewend was.
En dat ik daardoor sneller voelde wat wel klopte en wat niet, alsof iets in mij geen omweg meer nam.
Ik zeg makkelijker nee tegen een tweede afspraak op een dag. Ik reageer minder vriendelijk als iets niet klopt, en ik laat dat zo staan in plaats van het achteraf recht te breien met een grapje of een extra vriendelijk berichtje. Ik plan minder vooruit in de dagen dat mijn lijf naar binnen trekt, en ik zeg dat ook hardop tegen wie ernaar vraagt.
Minder ruimte voelt eerst als verlies. Maar het is geen verlies. Het is een filter.
Alles wat niet meer past, valt vanzelf weg, zonder dat ik er nog een gesprek met mezelf over hoef te voeren.
Misschien is dat iets om even bij je te laten zijn, zonder dat er iets mee hoeft: wat zou jij nog loslaten, als je ruimte gewoon mocht laten krimpen? En wat fluistert jouw lijf je, net onder de drukte van de dag, over het seizoen waarin je nu eigenlijk zit?
Als jij ook voelt dat je al zoveel hebt uitgezocht, en dat het nu niet om nog meer inzicht gaat maar om het gaan leven ervan, dan is Seasonal Alignment er voor je. Het geeft je geen nieuwe kennis. Het geeft je een ritme om te wonen in wat je al weet, seizoen na seizoen, in jouw tempo.