De ouder die je dacht te hebben

Over rouwen om een ouder die er nog is, en de mogelijkheid die je loslaat.

Er is een verdriet waar geen kaart voor bestaat, geen ritueel, geen moment waarop de mensen om je heen begrijpen waarom je rouwt. Want degene om wie het gaat loopt nog gewoon rond. Belt je op, stuurt berichten, is er met een verjaardag. En toch mis je iets wat niemand anders kan zien.

Ik weet nog precies wanneer het begon te schuiven.

Ik had iets gezegd over wat ik had meegemaakt. Voorzichtig, zoals je dat doet als je niet zeker weet of de grond draagkrachtig is. En het antwoord ging, over wat zij als kind had gedragen.

Geen stilte om mijn woorden te laten landen. Geen vraag. Geen: vertel eens. Alleen die wending, die alles wegschoof. Ik weet niet meer wat ik daarna zei. Ik weet wel wat ik voelde: die vertrouwde samentrekking vanbinnen, het terugtrekken van wat ik net had uitgestoken. 

Het gevoel van: dit was niet de plek. Dit was nooit de plek.

Wat ik toen nog niet begreep is wat er op dat moment eigenlijk gebeurde. Het was geen onverschilligheid, geen wreedheid. Het was iemand die zelf zo vol zat met ongedragen pijn dat er geen ruimte was voor die van mij.

Een emmer die al overloopt, kan niets meer ontvangen. Maar een kind begrijpt dat niet. Een kind hoort alleen: jouw pijn telt minder dan de mijne. Jij bent niet genoeg om gehoord te worden. En die boodschap landt in het lichaam als waarheid, ook al was ze nooit zo bedoeld.

Ik heb lang gedacht dat zij het slachtoffer was. In het gezin waar ik opgroeide leek dat logisch: zij was degene die beschadigd was, ik was degene die haar beschermde, bijstond, droeg. Een rol die mij vanzelfsprekend leek.

Maar ergens begon er iets te wringen. De scheiding eindigde, de dynamiek niet.

Onze contactmomenten bleven jarenlang dezelfde vorm houden: ze verwachtte iets van mij dat ik niet altijd kon geven, en als ik dat niet gaf, volgde er teleurstelling of afstand. Ik herkende het patroon pas laat, omdat het zich nooit als één incident voordeed, maar als een klimaat waarin ik al jaren leefde.

En later, veel later, besefte ik dat dat moment was blijven hangen.

Het voetstuk waarop ik haar had gezet begon te schuiven. Niet in één klap. Langzaam, laag voor laag, zoals alles wat echt is zich ontvouwt. 

Ik zag hoe gesprekken over het verleden steeds stukliepen, hoe mijn gevoelens er niet altijd doorheen leken te komen, hoe oud verdriet soms snel werd weggewuifd, zonder dat het zo bedoeld was.

Ik merkte dat reflecteren voor haar moeilijk was. Niet omdat ze niet van me hield, maar omdat ze zichzelf nooit in volledigheid had leren zien. Pijn erkennen betekende voor haar dat ze zou moeten voelen wat er al die jaren ongedragen in haar lichaam lag. En dat was te veel.

Dat begrijpen kostte mij jaren. Begrijpen is niet hetzelfde als geen verdriet meer hebben. Want wat volgt op het begrijpen is iets wat ik niet had verwacht: rouw. Niet om wat er is gebeurd, maar om wat er nooit is geweest.

De ouder die luistert en de pijn die er onder zit, aan kan. Die vraagt hoe het met je gaat en het antwoord écht wil horen. Die zegt: wat jij hebt meegemaakt was zwaar, ik had er voor je moeten zijn. Die kant heb ik niet vaak genoeg mogen ontmoeten. 

En dat, precies dat, is het verlies waar geen woord voor is.

Rouwen om een levende is verwarrend. De wereld ziet haar nog, belt haar op, viert haar verjaardag. En jij staat erbij en weet dat je iets mist wat anderen niet kunnen zien. Niet de persoon. De mogelijkheid.

Het idee dat het nog goed kan komen, dat er nog een gesprek kan zijn dat echt landt. Dat idee loslaten is misschien wel het zwaarste wat er is, omdat het betekent dat je ophoudt te wachten. En pas dan voel je hoe lang je al gewacht hebt.

Met momenten voel ik dat rouwproces nog steeds. Het komt in golven. Soms gaat een gesprek goed en denk ik even: misschien toch. Dan is er weer een moment dat het niet landt, en weet ik het opnieuw.

Ik herinner me een gesprek waarin we anders dachten. Het verschil met vroeger is dat ik het allebei naast elkaar kon laten bestaan, haar visie en de mijne. Ik ging niet meer gebukt onder het gevoel veroordeeld te worden omdat ik iets anders beleef of voel, en ik liet bij haar hoe zij het ziet. Wat ik wel deed, was mijn grens aangeven over de manier waarop iets werd gezegd. Na dat gesprek trilde mijn lijf, er ging een soort adrenaline doorheen, een echte ontlading. Ik voelde me fijn en opgelucht: ik kan dit. Mijn lichaam vond het nog wel spannend.

Ik hou van haar. Dat maakt het verdriet niet minder waar, en het verdriet maakt de liefde niet minder waar. Beide zijn er, gewoon naast elkaar.

Maar er is ook iets anders gekomen. Een zachtheid voor dat kind dat zo haar best deed om gezien te worden op een moment dat daar weinig ruimte voor was. Dat niet tekortschoot. Dat gewoon te vroeg te veel moest dragen.

En een voorzichtige vrijheid: de vrijheid die ontstaat als je stopt met wachten op erkenning die niet komt, en begint te geven aan jezelf wat je altijd van haar verwachtte. Dat is geen oplossing. Het is een begin van thuiskomen.

Als jij dit herkent, dat rouwen om iemand die er nog is, dat wachten op een gesprek dat nooit landt, die verwarring over wat je voelt voor iemand van wie je ook houdt, dan is er ruimte voor jou hier.

In Soft Ground begin je niet bij het begrijpen, maar bij je lijf. Acht kleine oefeningen, de meeste twee minuten, voor de momenten dat het verdriet of de waakzaamheid omhoogkomt en je niet weet waar je het laten moet. Zonder dat je hoeft te graven in wat er toen gebeurde. Zonder dat je er klaar voor hoeft te zijn.

‘Wat je hier herkende, hoeft niet opgelost te worden.’

hoe het zit

De twee vormen, het verschil met codependentie, en het antwoord op de vraag of je jeugd wel erg genoeg was.

Meer herkenning

Je voelt de kamer, voordat je hem binnenloopt. Je bent de sterke, de stille, degene die het bij elkaar houdt. Al zo lang dat het als karakter voelt. Maar sommige…
Van buiten klopt het. De carrière, de agenda, de lunchtrommels, het lijstje in je hoofd dat nooit af is. Je houdt alle ballen hoog en je bent er moe van….

Je bent de vriendin bij wie iedereen terechtkan. Degene die luistert tot diep in de nacht, die de crisis opvangt, die er staat zodra de telefoon gaat. Je noemt het…

Waar sta je nu?

Herkenning wijst een richting aan en meestal nog niet de weg. De scan stelt je een paar vragen en laat zien waar je op dit moment staat.

doe de scan